Er zijn weinig artiesten die zo weinig om popmuziek geven en haar toch zo beïnvloed en veranderd hebben als Leonard Cohen. Cohen wordt in 1934 geboren in Montreal en is van jongs af aan bevangen door Europese folkmuziek, flamenco en fado. Toch leidt zijn leven in eerste instantie meer in de richting van schrijver en dichter dan in die van zanger. Maar daar ligt dan ook meteen de sleutel van het muzikale succes van Leonard Cohen: de enorme kracht van zijn teksten. Na een literatuurstudie in Canada, verhuist hij naar het Griekse eiland Hydra, waar hij een drietal literaire werken schrijft alvorens terug te keren naar de andere kant van de oceaan, ditmaal met muzikale intenties. Zijn eerste album wordt in 1967 uitgebracht en luistert naar Songs of Leonard Cohen. Het is een zwaarmoedig en donker album, maar het genie van Cohen komt er in al zijn recht naar voren, bijvoorbeeld in het nummer ‘Suzanne’, dat in het Nederlands later bekend wordt dankzij Herman van Veen en/of Frank Boeijen. Commercieel is dit album geen doorslaand succes, maar het is wel een plaat die blijft verkopen en zo uiteindelijk toch de gouden status bereikt. In de daaropvolgende jaren blijft Leonard Cohen zichzelf begeleidend op gitaar zingen over liefde, religie en relaties, maar in de jaren tachtig doen ook de synthesizers hun intrede in zijn muziek, alsmede achtergrondkoortjes, op Various Positions. Het decennium daarna spendeert Cohen grotendeels in een Boedhistisch klooster, maar wanneer hij van de berg is afgedaald, gaat hij verder waar hij gebleven was: Ten New Songs (2001). En alsof de tijd slechts een anekdotische factor is, staat Leonard Cohen in 2008 gewoon op een podium in Amsterdam.  

Sem Busser


Bijzonderheden over Leonard Cohen

 
 
 
 

World Radio