Georges Brassens

In het Zuid-Franse Sète wordt in 1921 een zekere Georges Brassens geboren, die, ondanks dat hij pas op latere leeftijd succesvol wordt, een enorme indruk op het Franse chanson én de Franse literatuur zal achterlaten. Een encyclopedische kennis opbouwend van 'het lied van zijn land', is het op school zware kost voor de jonge Brassens, die eigenlijk alleen bij het vak “taal” enige bewondering oogst met zijn poëtische interesse en probeersels. Zijn leraar, Alphonse Bonnafé, zal curieus genoeg de eerste zijn die een biografie over hem schrijft, jaren later, in 1963. Maar eerst moet Georges zijn lange weg naar de top afleggen. Het grootste obstakel vormt daarin de Tweede Wereldoorlog, waarin Brassens naar een werkkamp in Duitsland wordt gestuurd, vlucht en onderduikt in het Centraal Massief in Midden-Frankrijk. De band die Georges opbouwt met zijn onderduikfamilie blijkt een stevige, want tot ver na de oorlog blijft hij hangen op de boerderij van Jeanne en Marcel Planche, werkend op het land, schrijvend en zijn kennis van het chanson vergrotend. Na zijn eerste successen wordt het echtpaar dan ook geëerd: 'La cane de Jeanne' uit 1953 of 'Chanson pour l'Auvergnat' (voor Marcel) uit 1955. Via Pierre Nicolas, die op de Brassens in het vervolg van zijn loopbaan zal begeleiden op contrabas, komt Georges in de Parijse cabaretetablissementen terecht en na een moeilijk begin, vinden zijn liedjes gehoor en brengt hij eind 1953 een album met een zeer opmerkelijke titel uit: Georges Brassens chante les chansons poétiques (et souvent gaillardes) de...Georges Brassens -“Georges Brassens zingt de poëtische (en vaak schuine) liedjes van...Georges Brassens”-. De weg naar de Olympus is ingeslagen en laat de grootste zaal van Parijs in die tijd nou net “L'Olympia” heten. Georges triomfeert er, met zijn eigen innovatieve stijl, maar oogst ook veel lof door zijn perfect taalbeheersing als dichter. Ook zet Brassens gedichten van grote Franse dichters op muziek: François Villon ('Ballade des dames du temps jadis') en Victor Hugo ('Gastibelza'). Zoals uit de titel van zijn eerste album al blijkt, zijn de teksten van Georges Brassens niet oncontroversieel. Baanbrekend heeft hij het in zijn nummers over overspel, hoertjes, dronkenschap, moordenaars, pastoors en ga zo maar verder. Toch is Brassens allesbehalve een provocateur! Maar door naar de titels van zijn grootste werken te kijken, komt wel de eigenzinnigheid van Brassens keihard naar voren: Les Trompettes de la Renommée (De Loftrompetten), Le Mécreant (De Andersdenkende) en Le Pornographe (lijkt ons duidelijk). Ook is de reactie van Brassens op de kritiek die hij krijgt omdat hij (nog) nooit een lied tegen de Frans-Algerijnse oorlog heeft geschreven legendarisch: Hij schrijft een protestsong tegen de protestsongs. Helaas zal hij dat zelf niet meer ten gehore kunnen brengen.
Sem Busser
Bijzonderheden over Georges Brassens
Artiest
Georges Brassens
Voornaam:
Georges
Achternaam:
Brassens
Homepage